Leerkracht

  • WebQuest titel: De ecologische voetafdruk
  • Onderwerp: De ecologische voetafdruk.
  • Schooltype: Basisonderwijs (Dalton)
  • Bestemd voor groep/klas/niveau: groep 7 en 8
  • Vakgebied(en): Aardrijkskunde, geschiedenis, natuur, taal
  • Uitvoering door: 3 tot 4 leerlingen is organisatorisch het best haalbaar, afhankelijk van het aantal computers dat je ter beschikking hebt, is dit aan te passen door de leerkracht.
  • Tijdinvestering voor leerling(en): 3 dagdelen. Kan ingepast worden in een weektaak.
  • Opbrengst van de WebQuest: een presentatie.
  • Extra materialen die nodig zijn: werkblad "jouw ecologische voetafdruk" en "tabel ecologische voetafdruk van landen uit de wereld". Deze zijn nodig bij de punten 2 en 4 op de pagina "werkwijze". Alhoewel de kinderen ze daar ook zelf kunnen uitprinten, kunt u natuurlijk de werkbladen van te voren kopiëren en uitdelen.
  • WebQuestmaker(s): Marloes de Wit, Gerla Huls, Jan Wanders, Femke van Zuiden en Joyce de Wit.

    Heeft u op- of aanmerkingen ter verbetering van deze webkwestie, of zijn er links die niet werken. Stuur dan even een e-mailtje naar: Jan Wanders.
A) Algemene informatie
Samenvatting:
Deze webkwestie gaat over de ecologische voetafdruk. Iedereen gebruikt producten en energie om in zijn of haar behoeften te voorzien. Voor de productie en afvalverwerking is ruimte nodig. Deze ruimte kan omgerekend worden naar hoeveelheid land en water, in hectaren gemeten. Dit wordt de ecologische voetafdruk genoemd. De grootte van de voetafdruk hangt af van je leefgewoontes.

Deze webkwestie is gemaakt om kinderen bewust te maken van de omgeving waar ze in wonen. Dat je niet meer kunt gebruiken dan de aarde kan bijmaken. Voordat je met deze webkwestie start, is het verstandig om het begrip ‘ecologische voetafdruk’ te bespreken. Dit kun je doen aan de hand van een filmpje, maar zorg wel dat de leerlingen gerichte punten krijgen om op te letten. In deze webkwestie gaan ze hiermee bezig, ze gaan onder andere hun eigen ecologische voetafdruk meten en erover nadenken hoe ze deze kunnen verkleinen. De leerlingen worden, door te onderzoeken, zich bewust van hun houding en de houding van de omgeving ten opzichte van de aarde.

De opdrachten zijn gemaakt vanuit het oogpunt van Dalton. Daarom wordt er bij de opdrachten ingespeeld op de eigen zelfstandigheid en het samenwerken. De kinderen krijgen bij de presentatie de vrijheid om zelf te kiezen op welke manier ze dit willen doen.

Doelen: Aan het einde van de webkwestie zijn de kinderen zich ervan bewust geworden hoe ze kunnen bijdragen aan een goede wereld, door hun eigen ecologische voetafdruk te meten, te vergelijken en te onderzoeken.

Aan het einde van de webkwestie kunnen de kinderen in groepjes samenwerken.

Doelen bij de opdrachten:

Opdracht 1:
De leerlingen weten wat het begrip ‘Ecologische voetafdruk’ inhoudt.

Opdracht 2:
De leerlingen weten aan het eind van deze opdracht hoe groot hun eigen ecologische voetafdruk is.

Opdracht 3:
De leerlingen kunnen oplossingen bedenken, en deze beredeneren.

Opdracht 4:
De leerlingen vergelijken hun eigen voetafdruk met die van andere landen.

Opdracht 5:
De leerlingen zijn bewust van hun eigen gebruik van de aarde.
De leerlingen kunnen met behulp van een interview de mensen in hun omgeving bewust maken van hun gebruik van de aarde.

Instructie interview:
  1. Vragen om een interview (denk aan naam, datum, tijd, plaats)
  2. Schrijf het doel van het interview op.
  3. Bedenk vragen, houd daarbij het doel van je interview in gedachten. Maak vragen waarop je niet alleen met ja en nee kunt antwoorden.
  4. Zet de vragen in een logische volgorde.
  5. Opening: zeg wie je bent, en waarom je het interview houdt
  6. Stel je vragen duidelijk: licht je vragen toe als dit nodig is.
  7. Doorvragen: Goed luisteren en belangstelling tonen. Durf door te vragen als het antwoord niet duidelijk of voldoende is. Durf door te vragen als de geïnterviewde over interessante dingen praat, ook al heb je dit niet op papier staan.
De leerlingen kunnen in groepjes een interview afnemen volgens het zeven stappenplan.

Opdracht 6:
De leerlingen kunnen door middel van de opdrachten via een presentatie vertellen wat ze hebben gedaan en geleerd.

Extra opdracht:
Deze opdracht is alleen voor de snelle leerlingen. We hebben deze opdracht niet genoemd in de opdracht voor de kinderen, omdat we willen voorkomen dat er leerlingen zijn die het werk afraffelen, om de extra opdracht maar te kunnen maken.

Benodigde materialen
Opdracht 1: Computer, Internet
Opdracht 2: Werkblad, scoreformulier, pen
Opdracht 3: Scoreformulier, pen, papier
Opdracht 4: Tabeloverzicht, pen, papier
Opdracht 5: Pen, papier, interview, geïnterviewde, Acrobat Reader op de computer.
Opdracht 6: Pen, papier, computer, digibord, knutselmateriaal, lijm, schaar, kleurpotloden.
Extra opdracht: Pen, papier, knutselmateriaal

De kerndoelen WO-vakken:
In deze webkwestie wordt niet gewerkt aan één kerndoel, maar aan meerdere tussendoelen van verschillende kerndoelen. Deze webkwestie is ook vakoverstijgend.

Kerndoelen ‘oriëntatie op mens en wereld’: Natuur/Techniek + leerlijnen

Kerndoel 35:
De leerlingen leren zich redzaam te gedragen in sociaal opzicht, als verkeersdeelnemer en als consument.

Dat houdt in het kader van deze webkwestie in dat ze zich bewust worden van:
de relaties tussen consumptiegedrag, afval en gezondheid
de mogelijkheden om in het eigen consumptiepatroon rekening te houden met het milieu

Kerndoel 39:
De leerlingen leren met zorg om te gaan met het milieu.

Dat houdt in dat ze zich bewust worden van:
  • de verstoring van het evenwicht in de wereld
  • het versterkte broeikaseffect
  • hun gevoel van verantwoordelijkheid voor de omgeving
Kerndoelen ‘oriëntatie op mens en wereld’: Aardrijkskunde + leerlijnen:

Kerndoel 47

De leerlingen leren de ruimtelijke inrichting van de eigen omgeving te vergelijken met die in omgevingen elders, in binnen- en buitenland, vanuit de perspectieven landschap, wonen, werken, bestuur, verkeer, recreatie, welvaart, cultuur en levensbeschouwing. In ieder geval wordt daarbij aandacht besteed aan twee lidstaten van de Europese Unie en twee landen die in 2004 lid werden, de Verenigde Staten en een land in Azië, Afrika en Zuid-Amerika.

Na deze webkwestie kunnen de kinderen keuzes maken met betrekking tot bovenstaand kerndoel. Bijvoorbeeld:
waar kies ik voor, waarom? Ga ik op de fiets naar school of met de auto, wil ik nog wel elke dag een stukje vlees eten?
van wat voor voorzieningen maak ik daarbij gebruik? (bijvoorbeeld: (bus)station, benzinesta­tion, wachtkamer, restauratie)

Kerndoel 49
De leerlingen leren over de mondiale ruimtelijke spreiding van bevolkingsconcentraties en godsdiensten, van klimaten, energiebronnen en van natuurlandschappen zoals vulkanen, woestijnen, tropische regenwouden, hooggebergten en rivieren.

Dat betekent dat na deze webkwestie de leerlingen het verschil in voetafdruk tussen arm en rijk kunnen zien.

De Kerndoelen van Taal:
Domein mondelinge taalvaardigheid

Kerndoel 1
De leerlingen leren informatie te verwerven uit gesproken taal. Ze leren tevens die informatie, mondeling of schriftelijk, gestructureerd weer te geven.

Kerndoel 2
De leerlingen leren zich naar vorm en inhoud uit te drukken bij het geven en vragen van informatie, het uitbrengen van verslag, het geven van uitleg, het instrueren en bij het discussiëren. (bij het interview)

Kerndoel 3
De leerlingen leren informatie te beoordelen in discussies en in een gesprek dat informatief of opiniërend van karakter is en leren met argumenten te reageren.

Waarbij ze de volgende competenties ontwikkelen:
  • een kritische houding ten aanzien van informatie in mondelinge teksten
  • informatie op waarde schatten, ondermeer in relatie tot de bron
  • argumenten ter ondersteuning van de eigen mening geven
  • andermans standpunt in eigen woorden samenvatten
  • groepsleden vragen om verduidelijking van een standpunt
Domein schriftelijke taalvaardigheid
Kerndoel 4

De leerlingen leren informatie te achterhalen in informatieve en instructieve teksten, waaronder schema's, tabellen en digitale bronnen.

Daaronder verstaan we het volgende:
informatieve, instructieve en betogende teksten in boeken, tijdschriften, folders en op internet
naslagwerken, waaronder in ieder geval woordenboeken, encyclopedieën, reisgidsen, atlassen, internet

Kerndoel 5
De leerlingen leren naar inhoud en vorm teksten te schrijven met verschillende functies, zoals: informeren, instrueren, overtuigen of plezier verschaffen.
werken met tekstverwerkingsprogramma's (dat kan, hoeft niet!)

Kerndoel 6

De leerlingen leren informatie en meningen te ordenen bij het lezen van school- en studieteksten en andere instructieve teksten, en bij systematisch geordende bronnen, waaronder digitale bronnen.
  • schema's als tabellen kunnen lezen.

Kerndoel 8

De leerlingen leren informatie en meningen te ordenen bij het schrijven van een brief, een verslag, een formulier of een werkstuk. Zij besteden daarbij aandacht aan zinsbouw, correcte spelling, een leesbaar handschrift, bladspiegel, eventueel beeldende elementen en kleur.

Hierbij letten we op:
  • werkstukken, bij andere vakken (Oriëntatie op jezelf en de wereld)
  • weinig tot geen fouten in aanduiding van zinsgrenzen en hoofdletters
  • weinig tot geen spelfouten
  • duidelijke structuur, weergegeven door de bladspiegel
Domein Taalbeschouwing
Kerndoel 10
De leerlingen leren bij de doelen onder 'mondeling taalonderwijs' en 'schriftelijk taalonderwijs' strategieën te herkennen, te verwoorden, te gebruiken en te beoordelen.
  • zichzelf vragen stellen en beantwoorden tijdens het luisteren, lezen, spreken of schrijven
Kerndoel 12
De leerlingen verwerven een adequate woordenschat en strategieën voor het begrijpen van voor hen onbekende woorden. Onder 'woordenschat' vallen ook begrippen die het leerlingen mogelijk maken over taal te denken en te spreken.
  • zelfstandig uitbreiden van woordenschat

B) Toelichting WebQuestonderdelen

Inleiding

In de inleiding stellen Pim en Kim zich voor. Ze vertellen dat ze zich zorgen maken over de wereld. De kinderen worden geprikkeld om verder te klikken.

Opdracht

In de opdracht worden de leerlingen alvast voorbereid op wat er gaat gebeuren. Hier staat in wat de leerlingen moeten gaan doen. De opdrachten worden globaal uitgelegd.

Verwerking

In de verwerking worden de opdrachten uitgebreid uitgelegd. Zo kunnen de leerlingen zelfstandig aan de slag.

Bronnen

Hier kunnen de leerlingen zelfstandig mee aan de slag. Ze kunnen hier informatie opzoeken en gebruiken voor hun presentatie. Tijdens de verwerking wordt hier ook naar verwezen.

Beoordeling

De beoordeling wordt op een positieve manier gebracht. Er wordt op vier niveaus beoordeeld. Er worden geen punten toegekend, de leerkracht kan aangeven of de presentatie van de leerlingen onvoldoende, voldoende of goed is in positieve bewoordingen.

Afsluiting

De leerlingen zijn klaar en worden op een positieve manier te woord gestaan door Pim en Kim. Het is voor de leerlingen een duidelijk einde van de webkwestie.

Alternatieven

Voor kinderen die snel klaar zijn of nog een extra uitdaging nodig hebben, komt er een extra opdracht over luchtverontreiniging en het broeikaseffect.

Na de presentaties kan er een afsluitend gesprek of een discussie gevoerd worden over het onderwerp. Hierin kunnen de kinderen duidelijk hun mening geven over de verdeling van de aarde en wat ze er zelf aan kunnen doen.

Als u opmerkingen heeft ter verbetering van deze webkwestie, dan kunt u naar 
Jan Wanders mailen.

Webkwestiemaker(s):

Marloes de Wit, Gerla Huls, Jan Wanders, Femke van Zuiden en Joyce de Wit.